bestond
Uiterlijk
- be·stond
| vervoeging van |
|---|
| bestaan |
bestond
- enkelvoud verleden tijd van bestaan
- Ik bestond.
- Jij bestond.
- Hij, zij, het bestond.
- Ik bestond.
- ▸ Er bestond geen broer of zus.[1]
- ▸ Een andere reden dat antihyperhelium-4 interessant is, zo zegt Stöcker, is dat de omstandigheden in de deeltjesversneller bij het ontstaan ervan de toestand nabootsen waarin het heelal verkeerde toen het slechts een miljoenste van een seconde oud was. Het heelal bestond op dat moment uit een ‘hete soep’ van deeltjes. Het identificeren van de materie- en antimateriedeeltjes die hieruit voortkomen, kan helpen begrijpen hoe we in een heelal terecht zijn gekomen waarin de hoeveelheid materie, inclusief de materie waaruit wijzelf bestaan, de schaarse hoeveelheid antimateriedeeltjes overschaduwt.[2]
- Het woord bestond staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑
Weblink bron Karmela Padavic Callaghan“LHC breekt record met detectie zwaarste antimaterie-atoom ooit” (23 april 2025), newscientist