completen
Uiterlijk
- com·ple·ten
- alleen meervoud, via Middelnederlands completen van Latijn completa, in de betekenis van ‘avondgebed’ voor het eerst aangetroffen in 1236 [1] [2] [3]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | completen |
| verkleinwoord | - | - |
de completen mv
- (religie) achtste en laatste getijde van de dag
- Het woord completen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "completen" herkend door:
| 44 % | van de Nederlanders; |
| 49 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2 completen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "completen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| vervoeging van |
|---|
| completar |
completen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woord alleen in meervoud in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 44 %
- Prevalentie Vlaanderen 49 %
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 9
- Werkwoordsvorm in het Spaans