Naar inhoud springen

griet

Uit WikiWoordenboek
  • griet
[A], [B], [C] enkelvoud meervoud
naamwoord griet grieten
verkleinwoord grietje grietjes

[A]degrietv

  1. (pejoratief), (informeel) jonge vrouw, meisje
    • Wat een aardig grietje is ze aan het worden. 

[B]degrietm

  1. (steltloperachtigen) Limosa limosa op Wikispecies grutto
  • in mei leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet

[C]degrietv/m

  1. (straalvinnigen) bepaald soort vis, Scophthalmus rhombus op Wikispecies uit de familie van tarbotachtigen Scophthalmidae op Wikispecies
    • De griet is een platvis die voorkomt in gematigde wateren. 
98 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[8]