openbreken
Uiterlijk
- Geluid: openbreken (hulp, bestand)
- IPA: / ˈopə(n)ˌbrekə(n) / (4 lettergrepen)
- open·bre·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| openbreken |
brak open |
opengebroken |
| klasse 4 | volledig | |
openbreken
- ergatief al brekend opengaan
- De zaaddoos brak open en de zaden vielen op de grond
- overgankelijk door breken met geweld openmaken
- we moeten die kast openbreken want de sleutel is verdwenen
- overgankelijk (figuurlijk) voortijdig wijzigingen aanbrengen in
- Mijn baas wil mijn tijdelijke jaarcontract openbreken en met een halfjaar verlengen
- Het woord openbreken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "openbreken" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 4 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Ergativerend werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %