Naar inhoud springen

oudste

Uit WikiWoordenboek
  • oud·ste

oudste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van oud
     Mooie uitzichten, dorpen, kerken en pleintjes en de oudste olijvenpersfabriek van de streek.[1]
     Ik vertel Nikki over de keer dat Casper en ik namens Van Alphen & Zoon samen de jaarlijkse MUHM bezochten, de grootste en oudste vastgoedbeurs van Europa, traditioneel gehouden in het Palais des Festivals in Cannes.[1]
     Met mijn 43 jaar was ik duidelijk de oudste van het stel, de rest leek ergens tussen de twintig en vijfentwintig.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord oudste oudsten
verkleinwoord - -

deoudstev/m

  1. het kind dat als eerste in een gezin met meerdere kinderen is geboren, eerstgeborene, eersteling [3]
    • Ik was de oudste thuis. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be