bitter
Uiterlijk
- bit·ter
- erfwoord via Middelnederlands bitter van Oudnederlands bitter, in de betekenis van ‘scherp van smaak’ aangetroffen vanaf 901 [1] [2] [3] [4]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | bitter | bitterder | bitterst |
| verbogen | bittere | bitterdere | bitterste |
| partitief | bitters | bitterders | - |
bitter
- vaak als onaangenaam ervaren smaak, niet behorend tot zout, zuur of zoet
- Dat was een vieze, bittere drank.
- ▸ Ik kan me mijn eigen moeder nauwelijks herinneren. Ik bewaar een herinnering aan armen om me heen, armen die me tegen een zachte boezem drukken, die rook naar keukenvuur, schoonmaakmiddel en een of andere vaag bittere geur die ik niet meer kan thuisbrengen.[5]
- (figuurlijk) zwaar te verduren
- In dat land is er nog steeds bittere armoede.
- (figuurlijk) van teleurstelling en/of boosheid blijk gevend
- Hij sprak mij aan met een bittere toon.
- ▸ Terlouw besloot niet terug te keren in de Kamer en haalde zijn gram met de publicatie van een bitter dagboek. Na een periode in het buitenland werd hij tussen 1991 en 1996 commissaris van de Koningin in Gelderland. Het einde van zijn loopbaan stond, net als aan het begin, in het teken van het water: in 1995 liet hij wegens dreigende overstromingen het rivierengebied evacueren.[6]
bitter
- boos, verdrietig, teleurgesteld
- ▸ Op het puntje van haar stoel wachtte ze haar moment af. 'Er samen uitkomen, zei u?' antwoordde Jeroen bitter.[7]
- Ik ben bitter in je teleurgesteld.
- ▸ Op het puntje van haar stoel wachtte ze haar moment af. 'Er samen uitkomen, zei u?' antwoordde Jeroen bitter.[7]
|
|
- Bitter in de mond, maakt het hart gezond
Gezegd van iets wat een vieze smaak heeft, maar wel gezond is
- Bitter weinig
Erg weinig
- • Dat hielp helaas bitter weinig.
- Een bittere pil
Iets wat moeilijk, onaangenaam en/of pijnlijk is
- Tot het bittere einde
- • We gaan door tot het bittere einde.
- ▸ Hierin wilde zij meevaren. Tot het bittere einde.[7]
1. een vaak als onaangenaam ervaren smaak, niet behorend tot zout, zuur of zoet
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | bitter | bitters |
| verkleinwoord | bittertje | bittertjes |
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | bitter | - |
| verkleinwoord | - | - |
bitter
- (drinken) m en o jenever gemengd met een extract van kruiden of schillen
- Lust je een bitter?
- m een meststof verkregen uit roet
- alsembitter, gaffelbitter, kinabitter, koffiebitter, kruidenbitter, maagbitter, oranjebitter, Wilkens bitter
| vervoeging van |
|---|
| bitteren |
bitter
- Het woord bitter staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bitter" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[8] |
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ bitter op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "bitter" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Danielle Teller (vert. Marja Borg)“Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9789026346477 - ↑
Weblink bron Dik Verkuil“Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS - 1 2 “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- IPA: /ˈbɪtɐ/
- bit·ter
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| bitter | bitterer | am bittersten |
| alle verbuigingsvormen | ||
bitter
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| bitter | more bitter | most bitter |
bitter
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Erfwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Drinken in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Duits
- Woorden in het Duits van lengte 6
- Woorden in het Duits met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Duits
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 6
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels