complice
Uiterlijk
- com·pli·ce
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | complice | complicen complices |
| verkleinwoord | - | - |
de complice m
- Het woord complice staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "complice" herkend door:
| 37 % | van de Nederlanders; |
| 34 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ complice op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- via Oudfrans complice van Latijn complicem, accusatief mannelijk en vrouwelijk enkelvoud van complex [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| complice | le/la complice | complices | les complices |
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk / vrouwelijk |
complice | complices |
complice
- ↑ complice (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel com- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 37 %
- Prevalentie Vlaanderen 34 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans