Naar inhoud springen

enk

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Enk, enk.
  • enk
enkelvoud meervoud
naamwoord enk enken
verkleinwoord - -

deenkm

  1. akkergronden bij een nederzetting die door eeuwenlange bemesting een hoogte in het landschap vormen
    • Werden in het noordoosten van Apeldoorn vooral villa's gebouwd, in het zuidwesten - op de Apeldoornse enk - bouwde men vooral middenstandswoningen (Korte Nieuwstraat). [5]
    • Het bijeenliggend bouwland bij de oudste buurschappen heet "eng" of "enk", waarvoor echter "veld" vroeg optreedt: bij de buurschap Lool hoort het "Loolseveld" (…), maar ook de oudere huisnaam "Overink" (1399 "toe Averhingh" 'aan gene zijnde van de Enk', …). [6]
  • eng (uitspraakvariant)
  • es
56 %van de Nederlanders;
32 %van de Vlamingen.[7]

enk

  1. nauw, eng