Naar inhoud springen

fada

Uit WikiWoordenboek
  • Ontleend aan Occitaans fadat “door een fee geraakt”, “dwaas” (verwant aan Frans fée).
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  fada     le fada     fadas     les fadas  

fada m

  1. (spreektaal) mafkees, malloot
    «Espèce de fada que tu es!»
    Mafkees die je bent! [1]
vervoeging van
fader

fada

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van fader