Naar inhoud springen

fijne

Uit WikiWoordenboek
  • fij·ne

fijne

  1. verbogen vorm van de stellende trap van fijn
     Hij had fijne gelaatstrekken en een beweeglijke mond.[1]
     Net als ik ben opgestaan en iedereen een fijne avond wens - 'ßuona serata, a domanil' - zwaait de deur van het café open.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord fijne fijnen
verkleinwoord

hetfijneo

  1. het precieze, het alles omvattende
     ' 'Ik weet er het fijne niet van.[1]
     Hij weet er het fijne ook niet van, al gaat hij ervan uit dat iemand haar iets heeft aangedaan.[3]
  2. uiterst precies persoon (religie !)
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[4]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be