Naar inhoud springen

naaldfijn

Uit WikiWoordenboek
  • naald·fijn
stellend
onverbogen naaldfijn
verbogen naaldfijne
partitief naaldfijns

naaldfijn

  1. uitermate dun
     Alle bladeren, de bovenste misschien uitgezonderd, eindigen in een naaldfijn puntje.[1]
  2. uitermate nauwkeurig en klein
     Maar Tommy, naaldfijn tastend met gefronste wenkbrauwen, legde de vleugel uit, spalkte ergens een dun botje, en bond de hele vleugel in vorm tegen het dier.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 21 oktober 2025 Weblink bron
    Eli Heimanse.a.
    “Geïllustreerde flora van Nederland.”, 2e druk (1909), W. Versluys, Amsterdam, p. 642
  2. Bronlink geraadpleegd op 21 oktober 2025 Weblink bron
    Olaf J. de Landell
    “Het klooster van de lichtgroene paters.”, 5e druk (1977), De Boekerij, Baarn, p. 140 op Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren op Wikipedia