Naar inhoud springen

niemand

Uit WikiWoordenboek
  • nie·mand
  • In de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200 [1] [2]

niemand

  1. geen enkel persoon
    • Ik heb helemaal niemand gezien! 
     Niemand wist wat dat blauwe licht was geweest, misschien statische energie van de storm of een bolbliksem?[3]
     Niemand had iets verkeerds gedaan, althans niets aantoonbaar verkeerds, hijzelf niet en niemand anders.[4]
  • Niemand kan twee heren dienen
twee dingen tegelijk doen gaat niet
  • De gebraden duiven vliegen niemand in de mond
iemand die luxe wil zal er voor moeten werken
  • Zonder geluk vaart niemand wel
alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]

niemand

  1. niemand