nostalgicus
Uiterlijk
- Geluid: nostalgicus (hulp, bestand)
- IPA: / nɔsˈtɑlɣiˌkʏs / (4 lettergrepen)
- nos·tal·gi·cus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nostalgicus | nostalgici |
| verkleinwoord |
de nostalgicus m
- persoon die verlangt naar het herstel van het verleden; persoon die het verleden verheerlijkt; persoon die heimwee heeft naar het verleden
- ▸ Als Kron daarop wees, werd hij een hopeloze nostalgicus genoemd en zakte zijn dochter Kathrin door de grond van schaamte.[1]
- Het woord nostalgicus staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “Ons soort mensen” (2016), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9789026334672