onkost
Uiterlijk
- on·kost
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onkost | (onkosten) * |
| verkleinwoord | - | - |
de onkost m
- geld dat men moet uitgeven voor schade en verlies of bijkomende en onnodige zaken
- Het woord onkost staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Kost / kosten” op taaladvies.net