Naar inhoud springen

showroom

Uit WikiWoordenboek
  • show·room
enkelvoud meervoud
naamwoord showroom showrooms
verkleinwoord showroompje showroompjes

deshowroomm

  1. zaal waarin koopwaar tentoongesteld staat
    • Ik heb dit model niet in de showroom gezien. 
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


showroom

  1. showroom, toonzaal, toonkamer
vervoeging
onbepaalde wijs to  showroom 
he/she/it  showrooms 
verleden tijd  showroomed 
voltooid
deelwoord
 showroomed 
onvoltooid
deelwoord
 showrooming 
gebiedende wijs  showroom 

showroom

  1. overgankelijk tentoonstellen







  • show·room
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
showroom showroom

showroom m

  1. showroom, toonzaal, toonkamer