Naar inhoud springen

volop

Uit WikiWoordenboek
  • vol·op

volop

  1. in ruime mate
     Maar nu al volop aanwezig.[2]
     Maar wat bedoelt u met die actie?' 'We zijn volop bezig met de voorbereidingen om de centrale in Doel te bezetten) zegt ze gedecideerd.[3]
    • Er is volop gelegenheid om antilopen waar te nemen in het Krugerpark. 
    • In de Baptistenkerk aan de Hoofdweg zijn deze woensdagmorgen de groepen 6, 7 en 8 van de basisscholen De Blokstoeke en De Fontein bijeen. Want het is Dankdag voor Gewas en Arbeid. En waar in grote delen van Nederland deze christelijke feestdag een vrijwel onbekend fenomeen is geworden, wordt er hier in Westerhaar volop aandacht aan besteed. [4] 
     De kinderen hadden meer dan genoeg aanspraak met alle hippies om zich heen en leken volop te genieten van het avontuur.[5]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[6]
  1. volop op website: Etymologiebank.nl
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  4. Tubantia 08-11-07 Basisscholen Westerhaar vieren Dankdag
  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
stellend vergrotend overtreffend
volopvoloppervolopste

volop

  1. talrijk
    «Die aardhommel is een van die volopste hommelbyspesies in Europa.»
    De aardhommel is een van de talrijkste hommelsoorten van Europa.

volop

  1. volop