-ees
Uiterlijk
| Huidig bestand |
|---|
| 81 |
- -ees
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | -ees | -ezen |
| verkleinwoord | -eesje | -eesjes |
-ees
- ter vorming van zelfstandige naamwoorden:
- (aardrijkskunde) m voor de bewoner van de geografische plaats of streek etc.
- o voor de taal die hoort bij het door het grondwoord bedoelde gebied
- ter vorming van geografische namen van bijvoeglijk naamwoorden met de betekenis:
- betreffende het door het grondwoord bedoelde gebied
- betreffende de taal van het door het grondwoord bedoelde gebied
enige woorden met dit voorvoegsel die nog moeten worden aangebracht
|
|