Naar inhoud springen

hyper

Uit WikiWoordenboek
  • hy·per
stellend
onverbogen hyper
verbogen (hypere)

hyper

  1. Erg druk
    • Die jongen is altijd hyper maar ADHD heeft hij niet. Hij heeft gewoon veel energie. 
enkelvoud meervoud
naamwoord hyper hypers
verkleinwoord hypertje hypertjes

dehyperm

  1. hypermarkt
  2. een opgewonden toestand
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]

hyper

  1. (spreektaal) ontzettend, gigantisch
    «Avec Nina, je me sens hyper à l'aise.»
    Met Nina voel ik me ontzettend op mijn gemak. [1]