Naar inhoud springen

Azteken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Mexica)
Azteken
De Zonnesteen
De Zonnesteen
Regio Meso-Amerika
Periode Postklassiek
Datering ca. 1300 - 1521
Voorgaande cultuur Tolteken
Portaal  Portaalicoon   Archeologie
Image
Kaart van de Vallei van Mexico ca. 1500

De Azteken (waaronder de Mexica) waren de dragers van een Meso-Amerikaanse beschaving in en rondom de Vallei van Mexico in de postklassieke periode.

Deze regio bestond destijds uit een lappendeken van verschillende stadstaten, of altepemeh, met verwante culturen. De opkomst van de Mexica rond 1300 wordt gezien als het begin van de Azteekse cultuur. De Azteken spraken Nahuatl, en behoorden tot de Nahua.

De Azteekse Driebond werd gesticht in 1427, dat het hoofd van het Azteekse Rijk vormt. Met een bevolking van ruim zes miljoen kon het zich meten met de grootste wereldrijken uit die tijd. De hoofdstad was Tenochtitlan, nu Mexico-Stad, dat ooit in het moerasachtige Texcocomeer lag.

Het rijk bereikte onder Motecuhzoma II in 1502 qua oppervlak zijn hoogtepunt, maar zou onder zijn leiding tevens in oorlog raken met Spaanse veroveraars, versterkt door het Tlaxcalteekse leger.

In 1521, na twee eeuwen aan bloei van deze cultuur, capituleerde de hoofdstad waarmee het rijk ten val kwam en de koloniale periode begon.

Definitie van "Azteek"

Alhoewel de term Azteek algemene naamsbekendheid heeft, is er geen eenduidige definitie. In de vakliteratuur, en zeker in Mexico, word de term grotendeels vermeden om verwarring te voorkomen.

De meest strikte definitie is als synoniem voor de in Tenochtitlan en Tlatelolco wonende Mexica[1]. Net zo vaak word de term gebruikt om een bredere gedeelde cultuur in postklassiek centraal Mexico aan te duiden, met name die van de stadstaten of altepetl rond het Texcocomeer.

De demografische omvang van de term verschilt dan ook sterk. Van ongeveer 250.000 mensen in het geval van de Mexica[2], tot ongeveer een miljoen in de Vallei van Mexico[3], tot miljoenen in het Azteekse Rijk[4].

De term Azteek is pas gangbaar geworden in de 19e eeuw na gebruik door Alexander von Humboldt. "Azteek" komt van het Nahuatl woord Aztecah, demoniem van Aztlan, de mythische oorsprongsstad van de Mexica. Het woord bestond wel in het vocabulaire van dit volk, maar werd gebruikt in mythologische context, en niet als endoniem. [5]

In dit artikel zal Mexica gebruikt worden om specifiek de bewoners van Tenochtitlan en Tlatelolco aan te duiden, en Azteek(s) wanneer verwezen word naar de overkoepelende cultuur. Hieronder vallen naast de Mexica onder andere de Acolhua en de Tepaneken.

Ontstaan van de cultuur

De Azteekse cultuur, in brede zin, ontstond in de Vallei van Mexico. Hier lag op 2250 meter hoogte het zoute Texcocomeer, omringd door bergen uit de Trans-Mexicaanse Vulkanengordel. Vanwege de hoogte is het klimaat in de vallei koeler dan in lagergelegen gebieden, met naaldbossen in de bergen en moerasachtige vlaktes in het dal. [6]

Image
Pre-azteekse petroglief van Tlaloc bij Texcotzingo

Dit dal was vóór de opkomst van de Azteken het thuis van de Cuicuilco-cultuur, de Teotihuacan-cultuur en later de Toltekeken en Xochicalco-cultuur. Na het vallen van het Tolteekse Rijk ontstaat een lappendeken aan losse stadstaten, of altepetl, waaronder Colhuacan, Tlacopan, Texcoco en Xochimilco. De inwoners spraken overwegend Nahuatl.

Veel elementen uit de Azteekse cultuur zijn op dat moment al aanwezig. De taal, verering van sommige Azteekse goden, het bouwen van Tempelpiramides, politieke hiërarchie en kunst waren de culturele erfenis die het Tolteekse rijk naliet, en waar de Azteken op voortborduurden. [7]

Komst van de Mexica

Image
De uittocht uit Aztlan volgens Codex Boturini

In de 13e eeuw arriveerden de Mexica in de vallei. Volgens de mythologische geschiedenis dwaalden ze bijna 200 jaar rond, nadat ze hun thuisland Aztlan hebben verlaten. In het begin dienden de Mexica, inwonend bij andere altepetl, als huursoldaten. Mexica leiders wisten met een aantal Tolteekse vorsten te trouwen. [8]

Rond 1325 stichtten de Mexica hun eigen stad, Mexico-Tenochtitlan, op een eilandje midden in het Texcocomeer. Deze nieuw gestichte altepetl zal als hoofd van het Azteekse Rijk in tweehonderd jaar uitgroeien tot de grootste stad van het continent [9], groter dan elke Europese stad destijds. [10]

In deze hoofdstad, en in de ongeveer 50 andere altepetl in het dal[11] ontstaat wat we nu de Azteekse cultuur noemen.

Azteekse Rijk

Image Zie Azteekse Rijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Azteekse Driebond

Image
De lidstaten van de Azteekse Driebond (Excan Tlahtoloyan)

Van 1372-1427 waren de Mexica vazallen van de Tepaneekse koning Tezozomoc. Na de dood van Tezozomoc werd hij opgevolgd door Maxtla, een wreed leider. Kort hierna overleed de Azteekse leider Chimalpopoca, waarschijnlijk gedood door zijn opvolger en oom Itzcoatl. De nieuwe leider van de Mexica sloot een verbond met Nezahualcóyotl van Texcoco. Ze belegerden de Tepaneekse hoofdstad Azcapotzalco. Na honderd dagen belegering gaven de Tepaneken zich over. Maxtla werd gevangengenomen en geofferd. Hierna voegde Tlacopan zich bij Tenochtitlan en Texcoco en samen vormden de steden de Azteekse Driebond, oftewel het Azteekse Rijk. [8]

Uitbreiding Azteekse Rijk

Image
Militaire overwinningen onder Motecuhzoma II

Itzcoatls neef en opvolger Montezuma I (reg. 1440-1469) breidde het rijk uit tot de kusten van de Grote Oceaan en de Golf van Mexico; Axayacatl (1469-1481) veroverde Tenochtitlans zusterstad Tlatelolco en onderwierp de Huaxteken. Hij probeerde ook de Purépecha onder zijn bewind te brengen, maar dat mislukte. Onder Ahuitzotl (1486-1502) verdubbelde het rijk in omvang. Hij onderwierp de Mixteken van Oaxaca en veroverde Soconusco, waardoor het rijk zich uitstrekte tot Guatemala. [8]

Vijandstaten

Image
Fases van het bereik van het Azteekse Rijk

Niet alle volken in de regio waren onderworpen aan de Azteekse Driebond. De Purépecha en Tlaxcalteken bleven onafhankelijk.

Tegen dit laatste volk voerde de Driebond de Bloemenoorlogen. De slagen vonden plaats op vooraf afgesproken plaatsen en tijden, waarbij de soldaten geacht werden om de vijand gevangen te nemen, in plaats van te doden op het slagveld. De krijgsgevangenen dienden later als mensenoffers in de thuissteden. De aanleiding voor deze oorlogen is onderwerp van academisch debat. [12]

Samenleving

De Azteken leefden in calpultin (enkelvoud calpulli), vergelijkbaar met clans. Meerdere calpultin vormden samen een altepetl (meervoud: altepemeh). De altepetl was de kleinste bestuurlijke eenheid, het bestond meestal uit een dorp of stad met het gebied eromheen, van "water tot berg" (altepetl betekent waterberg).

Sommige altepemeh hadden andere onder hun bewind. Een altepetl zonder een andere altepetl boven zich zou je dus een land kunnen noemen. De hoogste altepemeh waren de steden van de Azteekse Driebond: Tenochtitlan, Texcoco en Tlacopan.

De Azteekse bevolking was ingedeeld in twee klassen. De gewone bevolking heette de macehualtin en de adel de piltin of tlahtoanimeh. De klassen waren erfelijk, maar een macehualli kon opklimmen tot piltin door een succesvolle carrière in het leger. Dit zorgde ervoor dat de Azteken altijd genoeg soldaten konden krijgen. Andersom konden piltin hun adelstand verliezen door zwakte te tonen ten tijde van oorlog.

Image
Fragment uit een wetboek

Opvallend in het Azteekse standensysteem was dat piltin voor hetzelfde vergrijp zwaardere straffen kregen dan macehualtin. Dit was omdat men vond dat piltin als voorbeeld moesten dienen. Behalve deze twee klassen waren er pochtecah en slaven.

Pochteca's waren gewapende handelaren. Ze deden dienst als spionnen en probeerden onrust te stoken in steden die Azteken van plan waren te veroveren. Ze waren over het algemeen de rijkste van de Azteekse samenleving en mochten alleen met een andere pochteca trouwen. Slavernij was in de Azteekse samenleving niet erfelijk. De meeste mensen waren slaaf geworden na een misdrijf, doordat ze krijgsgevangene waren genomen of om een schuldeiser af te betalen. Slaven konden niet doorverkocht worden, tenzij ze officieel als "lastig" waren verklaard. De grootste slavenmarkt (en de grootste markt überhaupt) was die in Tlatelolco. Nadat een slaaf van een slavenhandelaar gekocht was, kon deze vluchten. Als hij een tempel wist te bereiken voor zijn nieuwe meester hem te pakken kreeg, was hij vrij. Iemand (behalve de meester of zijn zoon) die zo'n slaaf verhinderde te vluchten werd zelf slaaf. Een slaaf kon ook als mensenoffer aan een tempel geschonken worden.

De Azteken hanteerden een twintigdelig talstelsel. Achttien maanden van twintig dagen + vijf 'ongelukkige' dagen vormden de 365 dagen van het zonnejaar. In plaats van vijf vingers aan één hand en tien vingers aan beide handen werd daarvoor doorgeteld op de tenen van beide voeten. Veel Zuid-Amerikaanse indianenstammen volgen deze rekenwijze nu nog. Ook in Europa moet het twintigtallig stelsel ooit in gebruik zijn geweest zoals nu nog in het Baskisch. Heel bekend is het merkwaardige Franse telwoord quatre-vingts (vier-twintig) voor 80, trois-vingts (drie-twintig) voor 60 en double-vingt (dubbel-twintig) tegen Frans-Baskenland aan.

Landbouw en waterbeheer

Image
Historische luchtfoto van Xochimilco

De grond van de Vallei van Mexico was mede door vulkanisme zeer vruchtbaar. Al 6000 jaar bouwde men aan de oevers en in ondiepe gebieden van het meer chinampas, de Azteken ook. Dit zijn lange, smalle stroken opgehoogde landbouwgrond omringd door houten palen en vlechtwerk. Hierdoor ontstond een netwerk aan boerderijen dat iets boven de waterspiegel van het meer uitstak, verbonden door sloten en looppaden.[13] Met een kleine platbodem (acalli), voortgestuwd door middel van bomen, vervoerden de Azteken zichzelf en hun oogst. De meeste chinampas zijn inmiddels met het meer verdwenen, maar onder andere in Xochimilco zijn ze nog in gebruik. [14]

Image
Een boer op een chinampa

Behalve pluimvee hielden de Azteken geen dieren, ook geen lastdier. Er werd wel gejaagd en gevist. Ook enkele insecten stonden op het menu, waaronder chapulines. Het dieet bestond voornamelijk uit de oogst van de landbouw, met als basisvoedsel maïs. Deze werd, en wordt nog steeds, in allerlei vormen gegeten. In zijn geheel, maar ook genixtamaliseerd en vermalen tot deeg. Dit is voedzamer, en hiervan word de atole drank gemaakt, of het word gevormd tot tortilla's.

Het dieet werd verder aangevuld met eiwitrijke bonen en eieren, groenten als pompoen en tomaat, en chilipepers en kruiden. Deze ingrediënten zullen na de kolonisatie onmisbaar worden in veel wereldkeukens. [15]

Image
Kaart van Tenochtitlan (rechts) met boven de stad een aquaduct, en benden een dijk

Om de overstromingsrisico's van het Texcocomeer te beheersen, en om de zoutgehaltes in de zuidelijke delen te beperken, bouwden de Azteken dijken. Deze dijken fungeerden soms ook als paden die de steden in het meer met het vaste land verbonden. Bekend is de Nezahuacoyotl-dijk, met een lengte van 18 kilometer vergelijkbaar in omvang met de Houtribdijk. [16]

Vanuit Chapultepec liep een aquaduct richting Tenochtitlan die de stad van drinkwater voorzag. Afvalwater belande in het de kanalen waarna het naar het meer spoelde. Etensresten en uitwerpselen werden apart opgehaald en tot compost verwerkt, waarna het als meststof gebruikt werd. [17]

Taal en schrift

Image Zie Nahuatl voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nahuatl

De Azteken spraken Nahuatlahtolli, dat in vele dialecten in centraal Mexico en daarbuiten wordt gesproken. Nahuatl hoort bij de familie van Uto-Azteekse talen.

De klemtoon ligt doorgaans op de voorlaatste lettergreep. Nahuatl-woorden in het Mexicaans-Spaans hebben deze klemtoon verloren; bij 'Teotihuacan', bijvoorbeeld, ligt in Nahuatl de klemtoon op 'Teotihuácan', en in het Mexicaans-Spaans op 'Teotihuacán'. [18]

Kenmerkend is ook de medeklinker , die veel voorkomt als zelfstandig naamword-suffix -tl. De letter x staat doorgaans voor een sj-klank. Xolotl is dan sjólot, niet ksólot of gólot.

De Nederlandse taal heeft enkele leenwoorden uit het Nahuatl. Het betreft vooral namen van planten en dieren die uit Mexico afkomstig zijn, zoals tomaat (xitomatl), chocolade en cacao (chocolatl en cacahuatl), en coyote (coyotl) .[19]

Nahuatl werd aan het begin van de 21e eeuw door ruim een miljoen mensen gesproken als eerste of tweede taal. [20] Om onderscheid te maken tussen het hedendaagse, moderne Nahuatl en de taal van de Azteken, wordt deze laatste aangeduid als "Klassiek Nahuatl". [18]

Image
Codex Mendoza

Schrift

Het vastleggen van informatie gebeurde door de geletterde tlacuilo (kopiist) in amoxtli, boeken van papier van de bast van Ficus maxima. [21] Zo werden historische gebeurtenissen vastgelegd, werd bijgehouden wie welke belasting verschuldigd was, en werden kadastrale kaarten opgesteld [22] die later een rol speelde in koloniale rechtszaaken over landbezit .

Voor het documenteren van belasting werd voornamelijk een iconografisch schrift gebruikt, waarbij kleine illustraties van de goederen (textiel, oogst, grondstoffen) gepaard gingen met gestandaardiseerde symbolen voor eenheden (veelvouden van 1, 20, 400, 8000).

Image
Hiërogliefcombinatie voor de plaats Mazatlan: Mazatl (hert) + Tlantli (tanden). Tlantli wordt hier alleen gebruikt voor "tlan", wat het abstracte concept "nabij" vertegenwoordigt.

Voor plaats- en persoonsnamen gebruikten de Azteken combinaties van hiërogliefen. Deze vormen een rebus, die als mnemotechniek het oorspronkelijke woord helpt herinneren. Omdat namen vaak verwijzen naar concrete concepten als objecten, dieren en planten, zijn sommige hiërogliefen letterlijk. In andere gevallen vertegenwoordigen de hiërogliefen een lettergreep uit het oorspronkelijke woord. Twee of meer symbolen kunnen gecombineerd worden die allebei ongeveer hetzelfde klinken, om de rebus extra kracht bij te zetten. [8]

De toepassing van dit schrift bleef bij de bovengenoemde, en werd niet gebruikt als alfabet, waarmee gesproken taal een-op-een vastgelegd kan worden.

Kunst

De Azteken hadden waardering voor de schone kunst. Kunstenaars werden tolteca genoemd, naar het oude Toltekenvolk. In de Florentijnse codex worden schilders, pottenbakkers, juweliers, kleermakers en podiumkunstenaars opgesomd als kunstenaars.[23]

Monumentale kunst

Monumentale kunstwerken uit steen en keramiek verbeelden vaak elementen uit de Azteekse mythologie en religie. Grote beelden, soms in bas-reliëf, werden gehouwen uit vulkanisch steen, en afgewerkt met organisch en mineraal pigment. [24]

Kunstnijverheid

De Azteken produceerden ook fijner werk uit vulkanisch glas, edelmetalen en edelstenen. Sieraden werden gesmeden uit goud en zilver. Turquoise was een bijzonder gewaardeerde edelsteen, die zo zeldzaam is in de regio dat de bron ervan tot dusver onbekend is. [25]

Vederkunst

De Azteekse vederkunst is een unieke kunstvorm die gebruik maakt van de veren van kleurrijke vogels, welke even kostbaar werden beschouwd als edelstenen. Veren kunnen op een andere manier licht weerkaatsen dan (verf)pigment, waardoor de kleur nauwelijks vervaagt. Soms werden lange veren, zoals die van de quetzal, in hun geheel gebruikt in vederkunst, maar kleinere stukjes veer werden ook op doek bevestigd om schilderijen te vormen. Alhoewel er in de vroegkoloniale tijd veel van dit soort kunstwerken verscheept zijn naar Europa, zijn er nog slechts enkele bewaard gebleven. [26] In deze tijd werden ook christelijke werken gemaakt met deze zelfde techniek.

Uitvoerende kunsten

Image
Hiëroglief voor cuicatl, zang.

Ook poëzie, zang, dans en vertelkunst behoorden tot de Azteekse kunsten.[23]

De Azteken speelden op slaginstrumenten zoals de staande trom (huehuetl) en de spleettrommel (teponaztli). Ook bliezen ze op blaasinstrumenten van riet, hout, keramiek en schelp. Ratels en metalen instrumenten zoals koperen bellen en gongs bootsten weerfenomenen na. [27]

Er is een relatief groot corpus van Nahuatl-poëzie overgebleven, zoals Cantares Mexicanos, dat 91 liederen bevat. Verschillende thema's komen aan bod; dagelijks leven, de natuur, oorlog, seksualiteit of de vluchtigheid van het bestaan, zoals hieronder:[28]

Maoc xoyaticay oc xoncuepontica yn tlalticpac y timolinia tepehui xochitl timotzetzeloa yohuaya ohuaya, ahtlamiz noxochiuh ahtlamiz nocuic yn noconyayehuaya çan nicuicanitl huia xexelihuiya moyahua yaho coçahuaya xochitl ça ye oncalaquilo çaquan calitica ohuaya ohuaya Leef en bloei hier op aarde. Terwijl je beweegt, schudt, vallen bloemen. Eeuwig zijn de bloemen, eeuwig zijn de liederen die ik, de zanger, verhef. Uitgedeeld, verspreid, veranderen ze in goud; de troepiaal komt thuis.

(stanza uit Cantares Mexicanos, fol. 16v, naar Engels vertaald door John Bierhorst, 1985).

Religie

Image
4 beweging, de huidige scheppingsperiode.
Image Zie Azteekse mythologie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Scheppingsverhaal

Volgens de Azteekse mythologie kent de aarde vijf scheppingsperiodes. Vóór de schepping van de mens zijn al 4 werelden verloren gegaan. De huidige wereld, de vijfde iteratie, is voorspeld ten onder te gaan aan aardbevingen. [29]

Kalender

Image
De opeenvolgende dagen 3 riet en 4 jaguar

De Azteken kenden twee dagtellingen en een jaartelling. Deze kalenders hebben een lange geschiedenis in Midden-Amerika, en varianten erop werden gehanteerd door onder andere de Mixteken en de Maya.

De Tonalpohualli is de telling van dag tot dag, vergelijkbaar met de westerse doorlopende weektelling. Een "week" bestaat uit 13 genummerde dagen. Naast dit nummer heeft een dag ook één van 20 tekens, gecombineerd bijvoorbeeld "3 riet". Vanwege het priemgetal 13 komt elke combinatie ééns per 260 keer voor, waarna de kalender zich herhaalt.

De Xiuhpohualli houdt de positie in het jaar bij. Deze kalender bestaat uit 18 "maanden" van 20 dagen elk, 360 dagen in totaal. Bij elke maand hoort een religieus festival. De laatste 5 dagen van het jaar, in de lente, vallen buiten deze maanden en werden als bijzonder beschouwd.

Een jaartal word genoteerd met een getal van 1 tot 13, en één van 4 symbolen. De twee dagtellingen synchroniseren elke 52 jaar. Aan het einde van een "eeuw" word de Nieuw Vuur ceremonie gehouden. [30]

Godheden

De Azteekse religie laat zich lastig vatten en heeft kenmerken van het polytheïsme, pantheïsme en dualisme. Er zijn vele verschillende godheden bekend, met eigen namen, eigenschappen en domeinen, die soms in elkaar overgaan. [31]

Sommige godheden hebben meerdere uitingen, zoals Quetzalcoatl en Ehecatl, beide geassocieerd met wind en wijsheid. Huitzilopochtli en Tlaloc waren door de Mexica verheven tot de belangrijkste twee godheden, en kregen de belangrijkste positie in de tempelcomplexen. [32]

Deze fluïde godheden, met overlappende domeinen, zijn op hun beurt uitingen van Teotl, een alomvattende goddelijkheid. Uit de vroegkoloniale bronnen is relatief veel bekend over de verschillende godheden en bijbehorende rituelen, maar weinig over de theologische interpretatie van de Azteken zelf.

Offers

Image
Oogst word geofferd aan Chicomecoatl tijdens Huey tozoztli
Image
De tzompantli of schedelrek bij Templo Mayor, Tenochtitlan

Het brengen van offers speelt een centrale rol in de rituele ceremonies die jaarrond aan verschillende godheden werden opgedragen, zowel op vaste momenten in de kalender als tijdens speciale gebeurtenissen.

Verschillende gelegenheden vereisten verschillende offers. Sommige offers bestonden uit oogst, voedsel, kunstwerken en (exotische) dieren. Ook het eigen bloed werd geofferd door middel van een prik in de tong of oorlel. [33]

De Azteken brachten ook mensenoffers, die als noodzakelijk werd gezien voor het voortbestaan van de wereld. Hoewel mensenoffers in de oudheid wereldwijd voorkwamen en ook door andere culturen in Midden-Amerika werden beoefend, zijn de Azteken er in het bijzonder om bekend geworden.[34]

Vooral de Mexica zetten het mensenoffer in als politiek middel. Door de schedels van geofferde krijgsgevangenen tentoon te stellen in de tempelcomplexen toonden ze hun militaire macht. [35]

Het stoffelijk overschot speelde ook een rol in deze rituelen, maar het is onduidelijk of kannibalisme hier onderdeel van was.[36]

De koloniale bronnen over deze praktijk kunnen niet los gezien worden van de context waarin ze zijn geschreven. Het benadrukken en uitvergroten van deze rituelen diende voor de Spanjaarden als rechtvaardiging voor de destijds controversiële verovering.[37]

Verovering

Op weg naar Tenochtitlan

In het jaar 1517 nemen de Azteken schepen waar bij de oostkust van hun rijk. Dit zijn Spaanse expedities vanuit Cuba. In 1519 begint Hernán Cortés aan een door de Cubaanse gouverneur verboden missie om het binnenland te verkennen, en vertrekt richting Yucatán.

Image
Hernán Cortés en Malintzin

Als onderdeel van een Maya vredesonderhandeling in Yucatán ontvangen de Spanjaarden geschenken, waaronder Malintzin, een tot slaaf gemaakt meisje of jonge vrouw. Vanwege haar adellijke afkomst spreekt zij de Azteekse hoftaal, en via eerdere schipbreukeling Gerónimo de Aguilar leert zij snel Spaans. Ze dient hierna als vertaler en adviseur voor Cortés. [38]

De landinwaartse route via het nieuw gestichte Veracruz richting Tenochtitlan loopt door Tlaxcalteeks land. Dit mondt uit in conflict op 31 augustus, met grote verliezen wederzijds. De Tlaxcalteken, vijanden van de Azteekse Driebond, sluiten vrede en voegen zich bij de troepen.

In oktober plegen de Spanjaarden een massamoord in het bedevaartsoord Cholula.

Op 8 november ontvangt Motecuhzoma Xocoyotzin de Spanjaarden in Tenochtitlan, waar op gastvrije wijze diplomatieke uitwisselingen plaatsvinden. De Spanjaarden willen Tenochtitlan inlijven in het Spaanse Rijk. De Mexica weigeren. Politieke onrust groeit als Motecuhzoma gevangen wordt genomen.

Image
Bloedbad tijdens Toxcatl

Cortés moet op april 1520 terug naar de kust vanwege een arrestatiebevel uit Cuba. Pedro de Alvarado neemt plaatsvervangend de leiding. Hij geeft bevel voor het opsluiten en doden van de feestvierende Azteekse elite tijdens het festival van Toxcatl, waarop de bevolking terugslaat. [39]

De Spanjaarden verschansen zich in het hart van de stad, Cortés komt terug, en Motecuhzoma wordt gedood. Een vluchtpoging mislukt: bij de Treurnacht van 30 juni komt het merendeel van de Spanjaarden om.[40][41][42]

Belegering en val

Image
Troepen gaan aan wal, Florentijnse codex

Na de vlucht uit Tenochtitlan trekken de troepen terug naar Tlaxcala. Schepen uit Cuba brengen nieuwe goederen en mensen die zich bij de troepen voegen. Het leger telt nu ongeveer 600 Spanjaarden en 10.000 Tlaxcalteken.

Cuitlahuac volgt Motecuhzoma op als Tlatoani, maar sterft snel aan ziekte. Cuauhtemoc neemt zijn plaats.

Op 10 mei 1521, ongeveer een jaar na de verdrijving van de Spanjaarden, begint de belegering van Tenochtitlan. Door de Europeanen meegenomen ziekten slaan om zich heen in de stad, verergerd door honger en gebrek aan drinkwater. De leiders van de omliggende altepetl zien het conflict kantelen in het nadeel van de Tenochca, en sluiten zich aan bij het conflict aan de kant van Cortés.

De Spanjaarden, de Tlaxcalteken en de nieuwe geallieerden gaan aan land en vechten kanaal voor kanaal richting het politieke hart van de stad. Tenochtitlan wordt in dit proces vrijwel met de grond gelijk gemaakt. De Mexica vluchten naar Tlatelolco.

Op 13 augustus, na 80 dagen aan belegering capituleert ook Tlatelolco en wordt Cuauhtemoc gevangen genomen. Na 93 jaar komt er een einde aan de heerschappij van het Azteekse rijk.[40][41]

Overleveringen

Image
Kaart van de Golf van Mexico (links) en Tenochtitlan (rechts), door Hernan Cortés

Tijdens de bovengenoemde gebeurtenissen schrijft Cortés de Cartas de relación, brieven aan Keizer Karel V, vanuit zijn perspectief en met als doel om zijn op dat moment onwettige missie te rechtvaardigen.

Bernal Díaz beschrijft de gebeurtenissen in zijn manuscript Historia verdadera de la conquista de la Nueva España. In boek 12 van de Florentijnse codex beschrijven overgebleven Azteken, via monnik Bernardino de Sahagún, de verovering vanuit hun oogpunt. [43]

Zowel de inheemse als Spaanse bronnen spreken met afschuw over de gruwelen van de oorlog en blikken melancholisch terug op de voormalige schoonheid van de door het conflict verwoeste Azteekse wereld. [44]

Na de verovering

Image
Mishandeling door encomendero

Na de val van Tenochtitlan ontstaat een roerige periode. Mexico-Tenochtitlan, omgedoopt tot Mexico Stad, wordt de hoofdstad van Nieuw Spanje. De Spaanse overheersers hebben economische baat bij het in stand houden van de toestroom van belasting richting de hoofdstad. Het stadstaat-systeem blijft tot op zekere hoogte bestaan, lokale tlatoani worden gaandeweg vervangen door Europese heersers.

Tijdens het Dispuut van Valladolid word besproken of de inheemse bevolking barbaren, en daarmee natuurlijke slaven waren, of dat ze beschaafd genoeg waren voor bekering tot het Katholieke geloof.

Alhoewel uiteindelijk via pauselijke bul voor het tweede wordt gekozen, ontkomt de lokale bevolking niet aan slavernij via het encomienda-systeem.

Elke vorm van inheemse religieuze of culturele uiting werd door de christenen als afgoderij gezien. Vrijwel alle prekoloniale documenten werden opgespoord en verband. Tempels, monumenten en kunstwerken werden vernietigd of begraven. Het beoefenen van zang, muziek en dans werd verboden. [45]

De pokken, en daarna de cocoliztli epidemieën, in combinatie met slavernij en onderdrukking, zorgen ervoor dat in ongeveer 50 jaar tijd de 60-90% van de bevolking (ongeveer 15 miljoen mensen) overlijdt. [46]

Archeologie

Image
Azteekse steen hergebruikt als koloniale zuil

Geen enkel van de uit de Azteekse tijd stammende gebouwen staat nog. Monumentale gebouwen zijn vernietigd en de bouwmaterialen zijn hergebruikt in koloniale gebouwen. Ook zijn veel steden in de Vallei van Mexico na de verwoesting van Azteekse waterinfrastructuur meermaals overstroomd, met veel schade tot gevolg. [47]

Veel wijken en steden in en rondom de vallei dragen nog de prekoloniale namen, maar omdat de metropoolregio Mexico-Stad nu deze voormalige altepemeh bedekt, is archeologie lastig. Toch zijn er enige archeologische vindplaatsen, soms middenin de stad, die beheerd worden door de INAH, het Mexicaanse Instituut voor Antropologie en Geschiedenis.

De twee recintos sagrados, de religieuze centra, van de steden Tenochtitlan en Tlatelolco zijn deels blootgelegd, en de vondsten tentoongesteld in een museum. Beide pleinen hebben allerlei gebouwen met religieuze functies, waaronder een Huey Teocalli, een dubbele hoofdtempelpiramide aan Tlaloc en Huitzilopochtli. Ook van Tenayuca is de Huey Teocalli te bezoeken. [48][49][50]

De Azteken bouwden hun belangrijke bouwwerken in stadia of etapas. Tempelpiramides werden met elke troonopvolging uitgebreid, door een nieuwe schil om de bestaande piramide heen te bouwen. De oude bouwwerken worden zo bewaard en iets de grond in gedrukt, na verloop van tijd soms tot onder het maaiveld. Hierdoor zijn de oudere lagen beter bewaard gebleven toen de gebouwen met de grond gelijk zijn gemaakt. [51]

Image
Zie de categorie Azteken van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.

Bibliografie

  • Elliot, J.H., Empires of the Atlantic World. Britain and Spain in America, 1492-1830, Yale University Press, 546 blz.
  • Rajagopalan, A.H., (2019), Portraying the Aztec Past, the codices Boturini, Azcatitlan and Aubin, University of Texas Press, Austin, p. 27-42
  • Townsend, Camilla, Fifth Sun, A New History of the Aztecs, 2019, ISBN 9780190673062
  • Zantwijk, Rudolf van, The Aztec Arrangement. The Social History of Pre-Spanish Mexico. Norman: University of Oklahoma Press 1985.
  • Zantwijk, Rudolf van, Met mij is de zon opgegaan. De levensloop Van Tlacayelel (1398-1478'), de stichter van het Azteekse rijk. Amsterdam: Prometheus 1992.