datu
Uiterlijk

- da·tu
- uit het Antiliaans-Nederlands [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | datu | datu's |
| verkleinwoord |
de datu m
- (bloemplanten) Lemaireocereus griseus
soort zuilcactus - (persoon) stamhoofd en leider van een lokale gemeenschap in de Filipijnen in de pre-Spaanse tijd
- Het woord datu staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bloemplanten in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal