schaamhaar
Uiterlijk

- Geluid: schaamhaar (hulp, bestand)
- IPA: / ˈsxamhar / (2 lettergrepen)
- schaam·haar
- samenstelling van schaam en haar [1]
het schaamhaar o
- het haar dat groeit in de schaamstreek bij het os pubis
- Vanaf de puberteit krijgen jongens en meisjes schaamhaar in de schaamstreek.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schaamhaar | schaamharen |
| verkleinwoord | schaamhaartje | schaamhaartjes |
- een van de haartjes van het schaamhaar
- Door DNA analyse van een schaamhaar kon de politie de dader van de verkrachtingszaak vinden.
- Het woord schaamhaar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "schaamhaar" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ schaamhaar op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %