Bij de mondhygieniste

wordt er over het algemeen door mij niet gelachen. Vaste kracht E. is lang uitgeschakeld en dat is heel erg naar voor haar. Maar haar vervangster S. is een type. Ze is vrolijk, doet haar werk grondig (au au) maar ook snel. Dus de ellende is dan weer gauw voorbij. E. was absoluut ernstiger en voorzichtiger maar ik lag wel langer in die stoel.

Enfin, ze begon mijn tanden en kiezen eerst te bestralen met water met daarin een soort korrel. Was nieuw. Soort voorbehandeling, geloof ik. Het smaakte naar Biotex. Daarna komt de elektrische &%$%$ dinges die de rotsblokken verwijdert. Onderwijl word ik zowat verzopen in het water, maar omdat ik het klappen van de zweep inmiddels ken, heb ik bedongen dat ik zelf de hangende afzuiger vasthoud. Dat scheelt, ik kan het aanraden.

Er valt iets op de grond. Na vijf minuten valt er weer wat op de grond. S. zegt: ‘Oh, oeps, ik neem wel een andere ????’ Ik weet natuurlijk niet wat er viel, maar het lijkt mij raar dat ze het opraapt en gewoon weer gebruikt in mijn mond. Dat deed ze ook niet, hoor. Er vielen daarna nog twee dingen.

Na afloop van het uh…. feestje….ga ik weer rechtop zitten en terwijl ik dat doe, dondert er achter mij weer een of andere dinges hoorbaar op de grond. ‘Zeg S., jij moet echt nodig op vakantie, hoor’, zeg ik tegen haar. Ze had me al eerder verteld dat ze in het weekend afreist naar Mallorca. Daar was ze het wel mee eens, want ‘Het is toch niet normaal, dat alles valt vandaag?’. Gierend trekt ze haar plastieken handschoenen uit en die vallen ook op de grond.

‘Nog even en je vraagt de patiënten om maar languit bij al jouw spullen op de grond te gaan liggen, want dan heb je alles lekker bij de hand’, zeg ik.

Toen ik een nieuwe afspraak maakte bij de baliekluifster van dienst hoorde ik haar nog lachen.

Ennnnn….. wég zijn ze

Gisteren kwamen hun echte baasjes ze weer ophalen. De mannetjes Jurre en Fimme, bedoel ik. Na een tiendaagse logeerpartij, die we niet zo snel zullen vergeten, want het was overwegend nogal uh….. warm 🙂 Het weerzien was emotioneel voor de baasjes, maar zeker niet voor de honden. Die waren natuurlijk best blij om ze te zien, maar vonden ze meer een aanvulling op de algemene gezelligheid, geloof ik. Dat is een erg goed teken, want dan kun je met een gerust hart op reis, want je hartelappen hebben het dan prima. We kregen dan ook een prachtige bak voor in de tuin als extra beloning omdat het zo warm was geweest. Zo lief en attent!

Met 37 graden in de middag ga je niet gezellig een lange wandeling maken met je logees. Die beperking vond ik hartstikke jammer, maar je moet om de gezondheid van jezelf en de dieren denken. Dus wandelde ik wel ’s morgens in alle vroegte een tijdje met ze en dan weer ’s avonds laat. Er was één avond waarop ik om half twaalf met ze buiten liep en toen gaf de thermometer nóg 29 graden aan. Ik vind dat een bizarre gewaarwording. Enfin, binnenshuis lukte het ons redelijk om de boel aardig koel te houden. Maar het was natuurlijk wel erg saai voor mens en dier.

Genoeg gezeurd, we hebben nu – heel fijn – weer een aantal fatsoenlijke normale zomerdagen in het vooruitzicht.

Gisteren konden de heren dus lekker de hele dag in de tuin. Ze gingen helemaal los, dus werden er verschillende keren zoomies gedaan. Zoomies zijn races, waarbij honden keihard in het rond rennen. Dat kan in hun eentje, maar het is natuurlijk nog veel leuker met zijn tweeën. Je ziet dan eerst een zwarte flits (hoezo Jurre is al 13 jaar?) en dan meteen daarna een witte flits voorbij schieten. Je ziet de lol in die hijgende bekkies. Na een rondje of tien zijn ze compleet uitgeteld. Maar dat schijnt het waard te zijn.

We missen ze nu al, maar begin september komen ze alweer logeren. Dat is erg gezellig. Maar dan heel graag zonder hitte. Dank u.

Waarschuwing

In onze regio zijn een stel ‘glazenwassers’ actief. Ze werken niet met spons en zeem, maar meer op uh…. andere manieren. Kortom, het zijn inbrekers, die het met name gemunt hebben op alleenstaande huizen, waarvan de bewoners afwezig zijn.

Ze stoppen een briefje met een wervende glazenwassers-tekst (uw ramen en deuren zijn nog nooit zo schoon geweest als wij u gaan helpen blablabla) niet in de brievenbus, maar tussen de voordeurpost. Of ze leggen het briefje bij de voordeur neer. Als de bewoners thuis zijn of komen, dan halen ze dat briefje natuurlijk weg als ze het zien. Maar als ze het niet zien omdat ze met vakantie zijn, dan blijft zo’n briefje zichtbaar zitten. Zodoende weten de ‘glazenwassers’, die dat natuurlijk komen controleren (vanuit hun auto bijvoorbeeld), dat ze gerust kunnen inbreken.

Als onze buren of wij een paar dagen of langer afwezig zijn, dan laten wij/zij dat per whatsapp of een telefoontje weten. Hoeft natuurlijk niet als het betreffende huis intussen bewoond wordt of dat iemand voor de huisdieren komt zorgen en elke dag een paar maal komt kijken. Maar zelfs dan wordt dat even gecommuniceerd. Kleine moeite en zo zorgen wij ook een beetje voor elkaar. Bij het uitlaten van de hond of gewoon langs lopen of langs rijden zie je wellicht zo’n briefje zitten. Toch even errug alert zijn.

Een gewaarschuwd mens….

Hittepret

Mijn tantezegger M belde gisterenmiddag vanuit Den Haag om te vragen of het bij ons allemaal nog wel ging. Zij woont in het bovenste appartement onder het platte dak en had 32 graden op binnenthermometer staan. Op dat moment waren wij nog bezig aan de 25 graden, dus was het nog 10 graden koeler dan buiten. Zij is net als ik absoluut geen koukleum dus we hebben momenteel wel een beetje een idee hoe het er in de hel aan toe gaat.

Wij bespraken ons immense lijden dus uitgebreid.

‘Wat ben jij aan het doen?’, vroeg ze. Ik vertelde dat ik aan het bijkomen was van het tien minuten uitlaten van de logees, want er moet toch echt geplast worden. Je ziet de bomen aan onze weg opknappen als de heren langs zijn geweest met hun water. Als je altijd teefjes hebt gehad is dat achterpootje omhoog en secuur richten toch wel wennen. Jurre doet het voor en Fimme doet het na. Fimme staat echt eventjes te wachten tot hij mag. Ze zijn van de regels, die twee.

Het is grappig om hun gezamenlijke gewoontes mee te maken. Elke morgen en elke avond krijgen ze allebei een gevuld etensbakje. Fimme krijgt vlees en Jurre krijgt speciale ouwehondenbrokjes met wat toevoegsels. Ze staan netjes naast elkaar te eten en er is geen sprake van baknijd. Jurre is altijd het eerste klaar en wacht met afgewende kop tot Fimme uitgesmikkeld is. Dan gaat Fimme het bakje van Jurre afwassen en Jurre doet hetzelfde bij het bakje van Fimme. Ik hoef alleen maar af te drogen 🙂

Verder gaan zij waar ik ga en dat is natuurlijk weleens lastig. Maar ook wel weer aandoenlijk. In het begin gingen ze ook steeds mee naar het toilet en zaten te wachten tot ik weer tevoorschijn kwam. Ze hebben totaal geen last van onwennigheid of zo. ’s Nachts slapen ze samen in mijn werkkamer en dat gaat prima.

Oh ja, even terug naar het gesprek met M. Ik zei naar waarheid dat ik bezig was met het alvast diamond painten van de kerstkaarten. Voor lezen heb ik momenteel de focus niet en voor andere dingen werkt de temperatuur ook niet echt mee. Dus lekker dom DP-en.

Nadat ze uitgelachen was, vertelde ze dat ze op de buurtapp zag dat iemand een sneeuwschep gratis aanbood. Ze overwoog hem even op te gaan halen 😉

Na het gesprek appte ze een foto van een verschrikkelijke foute kersttrui. ‘Leuk voor bij het maken van je kerstkaarten’.

Waaks

Met de harige heren Jurre en Fimme liep ik vanmiddag te wandelen. Het was heerlijk weer (waarom kan het nou niet elke dag zulk weer zijn in de zomer?) dus we maakten er een hele tocht van. Er komt erge hitte aan deze week en dan moeten we ons toch echt beperken tot ’s morgens heel vroeg en ’s avonds heel laat. Overdag is het zelfs in de schaduw in de tuin te gek.

We werden ingehaald door dorpsgenoot H. op de fiets. Hij reed me eerst voorbij en stopte daarna om me op te wachten. ‘Hallo, heb jij logees?’, vroeg hij. Jawel! We maakten een praatje over de hondjes, die keurig op hun kont zaten te wachten tot we weer door konden lopen. ‘Ik hoef geen hond’, zei hij opeens met enige stelligheid. Ik weet dat hij honden toch best wel leuk vindt. Hij vervolgde: ‘Nee, want mijn vrouw is errug waaks’. Ik schoot in de lach, want ik ken haar natuurlijk. Zij is een heel klein fel wijffie die zich absoluut de kaas niet van het brood laat eten. Zo iemand met wie je echt niet de kachel kunt aanmaken. Maar ze heeft wel een hart van goud. ‘Ja, ze is af en toe zelfs een beetje té waaks’, zei hij met een zogenaamd zielig gezicht. ‘Welnee dat dénk jij maar, jij hebt een fantastische vrouw en daar mag je heel blij om zijn’, zei ik streng. ‘Hm, zijn alle vrouwen nou altijd solidair met elkaar?’, peinsde hij.

Nouhou, álle is wat overdreven, want er zitten gemene gifslangen tussen, maar toch vind ik in het algemeen, dat vrouwen meer voor elkaar op moeten komen. Meer waaksheid, zeg maar.

Hagelschade, de luie tuinman, ballon en logeetjes

‘Wat heb jij toch een daalders plakje hier’, zei meneer V terwijl hij de tuin bekeek. Hij kwam langs om de schade aan onze terrasoverkapping te bekijken. Enorme hagelstenen (zeker 4 centimeter in doorsnee) tijdens een onweersbui van nog geen tien minuten hebben forse gaten in de platen geslagen. Gelukkig is er (nog) geen lekkage, maar het ziet er niet uit. Er moeten nieuwe platen op en dat gaat een dure geschiedenis worden. Oké, we gaan eens kijken of Inshared echt zo’n goede verzekeraar is als ze in de reclame beweren 😉

Image

Dit is de kleinste bibliotheek van Nederland en het staat in de tuinen van De Luie Tuinman in Ruinen (Drenthe). Niet te vergelijken met die biebjes aan de weg, hoe leuk ze ook zijn. Daar kun je niet droog in gaan zitten lezen namelijk. Ik vind dat persje op de grond helemaal te gek 🙂

Gisteravond landde een ballon op het weiland voor ons huis. De ballonvaarders mochten hun mandje niet uit totdat de helpers kwamen om de ballon neer te halen. Hier zijn ze dus nog aan het wachten. Als je goed kijkt zie je de vlam uit de vlammenwerper.

Image
Image

Het gevaarte werd opzij getrokken en toen pas mochten de mensen uit de mand klimmen. Logisch natuurlijk, want stel dat ze er net aan het uitklimmen zijn en de ballon gaat weer omhoog door een windvlaag of zo.

Image

Zaterdag komen ze tien dagen logeren: de heren Fimme (l) en Jurre (r). Deze foto maakte ik tijdens het weekendje proeflogeren een paar weken geleden. Dat doen we standaard bij nieuwe harige logees. Eerst twee dagen en een nacht bekijken of het allemaal wel goed gaat. Jurre en Fimme zijn twee zeer aan elkaar verknochte bejaarde, rustige mannetjes. Vandaar dat ik een uitzondering op de één-hond-per-logeerpartij-regel maakte. Ze voelden zich in ieder geval meteen zeer thuis bij ons. Hun baasjes bij het weer ophalen erg blij, want zo kunnen ze met een gerust hart met vakantie. En wij vinden het gezellig.

Hoe gaat het nu met de jonkies?

vroeg iemand me laatst. Ik kan naar waarheid zeggen: het gaat heel goed! Elke maandag en elke donderdag hebben zij privé-les van mij. Op de tussenliggende dagen moeten zij veel huiswerk doen. Ik voel me nog net geen slavendrijfster 🙂

Maar het doel is dat ze na de zomervakantie kunnen aanhaken bij de vaste groep. Een inhaalslag dus. Maar ze zijn jong en iets leren is nu eenmaal eenvoudiger als je 18 bent dan op je 60ste. Zo is dat gewoon, uitzonderingen daargelaten natuurlijk.

De vaste groep, die al een jaar of drie/vier hier is, is op dit moment bezig met thema 8 in het boek; de jonkies en ik hebben net thema 4 afgerond. We zitten dus precies op de helft, maarrrrr….. de zomervakantie is naderende. Na de zomervakantie gaat de hele groep verder met een volgend NT-2-boek en dat vraagt heel veel van ze. Ze zijn enorm gemotiveerd en dus trouwe bezoekers van de lessen.

Oekraïners en andere nieuwkomers snappen niet zo heel veel van wat vrijwilligerswerk betekent. Dat in Nederland er zo ontzettend veel mensen onbetaald werk op allerlei gebied doen en daarvoor dan hooguit een onkostenvergoeding krijgen: ze vinden het maar erg vreemd. Gratis voor familie zorgen is voor hen wel normaal, maar voor vreemden?

De jonkies spreken nog lang niet genoeg Nederlands om een gesprek hierover te voeren, maar ik maak ze veel duidelijk met behulp van Google Translate.

Op donderdag krijgen ze dus apart van de anderen les op school en op maandag ga ik naar het huis waar 14 Oekraïners, waaronder de twee jonkies, wonen. Dat huis is de voormalige woning van degene, die ooit mijn tandarts was. De voormalige praktijkruimte met behandelkamers zit via een binnentuin aan de woning vast. Best groot allemaal. Toen Chris ermee ophield heeft de gemeente alles aangekocht en verbouwd tot een soort groepsaccomodatie.

Het onderwerp van de lesstof afgelopen maandag was boodschappen doen en koken. Dus doken wij met zijn drieën een van de twee grote keukens in. Laden en deuren opentrekken en benoemen wat we allemaal daar vonden. Koekenpannen, gewone pannen, snijplanken, vorken, lepels, messen enz enz. Wat is dat? Een magnetron. Wat is dat? De koelkast. Alle nieuwe woorden werden opgeschreven ter nadere bestudering. Ze vonden het prachtig. Ik ook, want je kunt natuurlijk wel alles gaan zitten benoemen aan de hand van fotomateriaal, maar dit was toch een stuk leuker.

Ach, een mens verzint eens wat 🙂

Het moet opgeruimd, maar leuk is anders

zei vriendin W. tijdens een anderhalf uur durend telefoongesprek. We wonen helaas ver van elkaar, dus zien we elkaar niet zo heel veel. Maar daar hebben ze de telefoon voor uitgevonden. Zo nu en dan praten we eens goed bij.

Haar man H. is bijna twee jaar geleden plotseling overleden. Een verwoestende klap voor W., haar twee dochters, de familie en ook voor ons, de vrienden. Er zijn momenten dat ik het nog maar nauwelijks kan bevatten, dat een kerngezonde vrolijke vent van 64 jaar er het ene moment is en het andere moment is overleden. Hij heeft totaal niet geleden, want hartstilstand, maar dat is dan een schrale troost. We missen hem heel erg.

W. gaat in september verhuizen. Ze heeft haar enorme huis met dito tuin verkocht en gaat in hetzelfde dorp maar dan wel een stuk kleiner wonen. Haar dochters zijn het huis al uit, dus zij was in haar eentje aan het ‘rammelen’ in dat gebouw.

Momenteel is ze druk bezig met heel veel spullen op te ruimen. Verreweg de meeste zaken waren bezittingen van H, die absoluut eekhoornachtige trekken had. Natuurlijk is ze niet hele dagen bezig met deze materie, maar het opruimen moet natuurlijk wel gebeuren. In het nieuwe huis is zeker ruimte, maar zij wil toch echt met veel minder dingen een nieuwe fase in. W. heeft zelf niet zoveel nodig, geeft ook niet veel om dingen.

‘Alles moet wél door mijn handen, hè?’, zei ze, ‘Steeds beslissingen nemen: dit moet echt weg, dit mag blijven, dit moet naar de meisjes, dit weet ik nog niet, wat is dat in godsnaam? ……’

Als je een groot huis met enorme garage en zelfs een fors bijgebouw bewoont staat niks je eigenlijk enorm in de weg. W. bemoeide zich tot voor kort weinig tot helemaal niet met de spullen van haar echtgenoot. Ze komt nu de ene na de andere verrassing tegen. Och, niks raars/naars, hoor. Denk aan dozen vol stripboeken en miniatuur-auto’s. ‘Ja, dat verzamelde H een tijdje, maar ik was dat helemaal vergeten’, vertelde ze.

Een buurman kwam grote zakken vol met kalk en gazonmest halen. Een aantal fietsen van H. kon ze verkopen op Marktplaats. Boeken gaan naar van die kastjes aan de weg en de Kringloop. ‘De kringloop zag mij nooit, maar nu ben ik vaste brengklant’, vertelde ze.

Ik ken haar heel goed en ik weet dat ze dit doet omdat het gewoon moet, maar ze vindt het niet fijn. Niet uit sentimentele gevoelens, want een rationelere vrouw vind je niet zo snel, maar gewoon omdat het gedoe is waar ze echt niet op zit te wachten. Ik voel met haar mee.

Dit viel mee

Met verontwaardiging las ik een paar dagen geleden in een regionale krant, dat er in een prachtig natuurgebied een groot aantal blauwe jerrycans met drugsafval is gevonden. Een foto van de jerrycans met twee agenten die er naar staan te kijken, staat erbij.

Nu blijkt, dat er helemaal geen drugsafval in die containers zat maar gewoon drinkwater voor de schapen. Door de heersende droogte staan de heidevennetjes zonder water en de wollige maaiers lusten natuurlijk ook wel een slokje.

‘We’ denken tegenwoordig meteen het ergste. Niet onterecht, want er wordt vaak heel wat rotzooi gevonden in de natuurgebieden. Wij hebben wel eens een compleet bankstel zien staan. Ook volle vuilniszakken op een plek, waar de a-sociale dumperts echt een stuk voor moesten sjouwen, want we zagen geen autosporen en er was een ongeschonden slagboom. We maakten uiteraard hiervan melding bij de bosbazen.

Maar in dit geval viel het dus erg mee. Voortaan met een viltstift ‘water’ op de cans zetten?

Oh nee, dat brengt drugsfabrikanten weer op een idee. Zucht!

Haarlemmerolie

Image

Het ging in het vorige bericht over Haarlemmerolie.

Haarlemmerolie is een panacee (denkbeeldig geneesmiddel) uit de zeventiende eeuw en bestaat inmiddels dus al ononderbroken ruim drie eeuwen. Ik vind dat wel heel bijzonder. Kijk, als iets absoluut niet werkt, dan hou je het fabriceren ook niet lang vol, want niemand koopt het.

Haarlemmerolie, ook wel medicamentum gratia probatum genoemd, wordt al sinds de eerste ‘fabricage’ in 1696 aangeprezen, omdat het tegen alle kwalen zou helpen. Zeelui en zendelingen namen het mee op hun reizen. Haarlemmerolie en de stad Haarlem werden zodoende bekend over de hele wereld. De term Haarlemmerolie wordt ook overdrachtelijk gebruikt voor een soort wondermiddel waarmee alles beter zal gaan.

Toen ik in de tachtiger jaren bezig was met studeren voor mijn vakdiploma drogist, kwam deze olie uiteraard ter sprake. We moesten in de lessen overal aan ruiken en overal van proeven. Nou ja, van de zaken die verkocht worden in een drogisterij dan 🙂

De lucht van Haarlemmer Olie gaat dan ook nooit meer uit mijn geur-geheugen. Want het is nogal pittig! Het precieze recept is geheim (net als bij Berenburg), maar dat er terpentijnolie, zwavel, kruiden en lijnzaadolie in zit, dát is dan weer wel bekend. Je kunt het spul trouwens nog steeds kopen bij drogisten en on line. Ook in zalf en capsules:

Image

Maar neem uit de fles vooral niet te veel droppelen, mensen 🙂